Skip to Content
  • Home
  • Events - Workshops
  • Sessions
    • prive-shibari-sessie
    • Shibari session for couples
  • Learning Shibari
  • Shop
  • Contact
  • Shibari and Tantra
    • Shibari and Tantra
    • Deepen the connection in your relationship
    • Increase intimacy with Shibari
    • It fades away. Not through arguments. Through routine.
    • Shibari meditation
    • Shibari ropes
  • FAQ
  • Sign in
  • 0
  • Nederlands English (US)
    • Home
    • Events - Workshops
    • Sessions
      • prive-shibari-sessie
      • Shibari session for couples
    • Learning Shibari
    • Shop
    • Contact
    • Shibari and Tantra
      • Shibari and Tantra
      • Deepen the connection in your relationship
      • Increase intimacy with Shibari
      • It fades away. Not through arguments. Through routine.
      • Shibari meditation
      • Shibari ropes
    • FAQ
  • Sign in
  • Nederlands English (US)

Van hojojutsu tot kinbaku: de geschiedenis van Japanse touwkunst

March 26, 2026 by
| No comments yet

Categorie: Achtergrond & context | Leestijd: ca. 10 minuten

Wie shibari beoefent, werkt met iets dat veel ouder is dan hijzelf. Het touw heeft een geschiedenis die teruggaat tot het feodale Japan, tot samoerai en gevangenen, tot schrijvers en fotografen die iets nieuws probeerden te vangen. Die geschiedenis is niet romantisch of lineair. Ze is gelaagd, soms duister, en uiteindelijk verrassend menselijk.

In dit artikel beschrijf ik die weg: van hojojutsu als militaire techniek, over kinbaku als esthetische en erotische kunstvorm, tot de hedendaagse shibari-praktijk zoals ik die beoefen en begeleid.

Hojojutsu: het touw als instrument van controle

Het begint niet met kunst. Het begint met controle.

Hojojutsu (捕縄術) is de Japanse vaardigheid van het binden en transporteren van gevangenen. De term betekent letterlijk "de kunst van het arrestatietouw". Het werd ontwikkeld en verfijnd tijdens de Edo-periode (1603-1868), een tijd van strikt hiërarchische orde onder het Tokugawa-shogunaat.

Samoerai, politieagenten (doshin) en gerechtelijke functionarissen gebruikten hojojutsu om mensen veilig te immobiliseren zonder hen te verwonden. Dat laatste was niet onbelangrijk: een gevangene die gekwetst aankwam, gaf zijn bewaker een slecht imago. Het touw moest gecontroleerd zijn, functioneel, en zichtbaar correct uitgevoerd.

Wat hojojutsu uniek maakt, is dat elke clan zijn eigen stijl had: een zogenaamde ryû, een school met specifieke bindpatronen die als geheim werden bewaard. Die patronen waren niet willekeurig. Ze codeerden ook sociale informatie: de manier waarop iemand werd gebonden, gaf de toeschouwer informatie over de rang en het vergrijp van de gebondene. Het touw was een visuele taal, lang voor het als zodanig bewust werd ingezet.

Na de Meiji-restauratie (1868) verloor Japan zijn feodale structuur. Westerse rechtssystemen namen de functie van hojojutsu over. De techniek verdween uit het openbare leven, maar de kennis bleef bestaan bij mensen die het als vechtkunst of historische vaardigheid bewaarden.

Het touw in de Japanse beeldcultuur

Parallel aan de militaire traditie leefde het touw ook in de Japanse beeldende kunst. In de ukiyo-e, de prentkunst van de Edo-periode, verschijnen gebonden figuren al vroeg. Ze duiken op in kabuki-theater, in theatrale folteringen (seme-ba), in populaire verhalen over gevangenen en vijanden.

Die beelden waren niet puur erotisch van aard. Ze waren spectaculair, theatraal, soms moralistisch. De gebonden vrouw of man was een dramatisch motief, een figuur in een verhaal over macht, schuld en lot.

Maar er zat ook iets anders in: een esthetische fascinatie met de lijn van het touw over het lichaam. Met spanning, patroon, symmetrie en breuk. Die fascinatie zou later de kern worden van wat we vandaag kinbaku noemen.

Ito Seiu: de geboorte van kinbaku als kunstvorm

De figuur die het meest geciteerd wordt als grondlegger van de moderne kinbaku is Ito Seiu (伊藤晴雨, 1882-1961). Hij werd geboren in de Asakusa-wijk van Tokyo, als zoon van een metaalbewerker, en begon al vroeg met een opleiding in de schilderkunst. Zijn vader leerde hem ook ivoorsnijden en later beeldhouwen. Op zijn dertiende nam hij het alias Seiu aan, een naam samengesteld uit de Japanse karakters voor "helder" en "regen". Rond 1907 begon hij voor kranten te werken.

Hij was geobsedeerd door de Edo-periode: haar theatrale vormen, haar esthetiek, haar manier van kijken naar het lichaam. Zijn techniek was consequent: hij bond zijn model, liet de pose fotograferen, en gebruikte die foto's als basis voor schilderijen in traditionele stijl. Het touw was voor hem een compositiemiddel, geen doel op zich.

Seiu studeerde hojojutsu, niet als gevechtstechniek maar als vormentaal. Hij vertaalde die vormen naar foto's en tekeningen van gebonden vrouwen, die hij liet publiceren in underground tijdschriften en niche-uitgaven. Zijn werk was expliciet, maar ook doordacht: hij probeerde te beargumenteren dat het binden van een lichaam een kunstvorm was, niet louter een seksuele handeling.

Rond 1919 ontmoette Seiu Kise Sahara (1895 - onbekend), een actrice en tekenacademiemodel. Ze werd al snel zijn vaste model, en later, nadat ze zwanger raakte, zijn tweede vrouw. Kise poseerde vrijwillig voor hem. Het was een samenwerking, geen eenzijdig project. Kise was geen passief object maar een actieve deelnemer in het werk.

Een van de meest geruchtmakende momenten uit zijn praktijk was het binden van zijn zwangere vrouw en haar ondersteboven ophangen, als directe referentie aan een ukiyo-e van Yoshitoshi: Het verlaten huis op de Adachi-heide. Een bewust esthetisch citaat, maar ook een beeld dat zijn tijdgenoten ver over de grens vonden.

Die context maakt de latere publieke veroordeling des te schrijnender.

Een keerpunt kwam in 1925, toen het weekblad Sunday Mainichi (サンデー毎日) een reeks foto's publiceerde van Seiu met model Sawara Kise, gebonden in de sneeuw. Het waren beelden van een opvallende kracht: het witte van de sneeuw, het touw, het lichaam. Maar de publieke reactie was vernietigend. Seiu werd als 変態 (hentai) bestempeld, als pervert. De foto's waren te direct, te openbaar, te onverholen.

Dat moment had gevolgen die verder gingen dan Seiu zelf. Erotisch touwbinden werd vanaf die periode iets wat offers vroeg om te kunnen bestaan. Niet alleen van de bakushi, maar ook van de modellen die bereid waren te poseren, en van de uitgevers die later de moed hadden om de vroege tijdschriften te maken en te verdedigen tegen censuur. Dat is ook waarom er in de beginjaren van Kitan Club zo weinig vaste modellen waren: de sociale prijs was hoog.

De censor vond hem in 1930 opnieuw. Die vervolging putte hem financieel uit. Later verloor hij een groot deel van zijn werk bij de luchtaanvallen op Tokyo tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1960, een jaar voor zijn dood, ontving hij een onderscheiding van de Japan Artists Association. Hij stierf in Truro, Engeland.

Zijn invloed was groot, maar ook omstreden. De manier waarop hij vrouwen positioneerde en fotografeerde, droeg sporen van zijn tijd: een mannelijk, controlerend perspectief dat in de hedendaagse shibari-praktijk kritisch bevraagd wordt. Toch is hij onmisbaar voor wie de geschiedenis wil begrijpen. Hij was de eerste die het woord "kunst" consequent gebruikte in combinatie met touwbinding.

Kinbaku in de naoorlogse periode: het tijdperk van de meesters

Na de Tweede Wereldoorlog, en zeker vanaf de jaren vijftig en zestig, groeide kinbaku uit tot een herkenbaar genre in de Japanse subcultuur. Tijdschriften als Kitan Club en SM Kitan brachten bondagefotografie naar een breder publiek. Theateroptredens met kinbaku verschenen in specifieke clubs in Tokyo.

Die tijdschriften bestonden niet vanzelf. Ze waren het resultaat van mensen die bewust het risico namen: uitgevers die censuur trotseerden, modellen die hun naam en lichaam verbonden aan iets dat maatschappelijk nog steeds afgekeurd werd. De schaduw van 1925 lag er nog over. Wie meedeed, wist dat.

In 1953 publiceerde Kitan Club een essay van Tsujimura Takashi getiteld "The Psychological Impulse to do Seme". Het was geen academisch stuk, maar een rondetafelgesprek met lezers van het tijdschrift: gewone mensen die beschreven waarom ze aangetrokken werden tot touw en SM-spel, wat hun vroegste herinneringen en fantasieën waren, wat hen ertoe dreef. Het was een vroeg, openhartig document over innerlijke ervaring in een context waar die ervaring zelden benoemd werd. Dat het überhaupt gepubliceerd werd, was op zich al een daad.

In die periode ontwikkelden zich figuren die tot op vandaag gerefereerd worden in de internationale shibari-wereld:

Nureki Chimuo (1930-2013) wordt beschouwd als een van de grootste nawashi (touwmeesters) van de twintigste eeuw. Zijn stijl was technisch verfijnd en visueel sterk, met een kenmerkende aandacht voor spanningsverdeling en de relatie tussen rigger en model. Hij werkte met tientallen modellen over decennia, en documenteerde zijn werk uitgebreid.

Tsuruta Eikichi was een andere invloedrijke figuur, bekend om zijn zachte maar nauwkeurige stijl en zijn langdurige samenwerkingen met vaste modellen. Bij hem verschoof de nadruk merkbaar: niet alleen het eindresultaat telde, maar ook de kwaliteit van de verbinding tijdens het binden zelf.

Minomura Kou en latere figuren als Osada Steve (een Japanofiele Duitser die in Japan studeerde) droegen bij aan de internationalisering: ze maakten kinbaku toegankelijk buiten de Japanse taalgrenzen, zonder het te vertalen naar iets anders.

Wat deze periode kenmerkt, is de ontwikkeling van esthetische principes die tot op heden standhouden: asymmetrie als bewuste keuze, het gebruik van negatieve ruimte, de spanning tussen zachtheid van de huid en hardheid van de knoop, de compositie als iets dat je ziet en voelt tegelijk.

Shibari versus kinbaku: een onderscheid dat telt

In het Westen werd "shibari" het gangbare woord. In Japan zelf spreekt men vaker van kinbaku (緊縛), wat letterlijk "strak binden" betekent. Shibari (縛り) is algemener en betekent gewoon "binden".

Het onderscheid is niet puur taalkundig. Kinbaku verwijst specifiek naar de esthetische en relationele dimensie van het binden: het is een praktijk met intentie, aandacht en een esthetisch bewustzijn. Shibari kan ook gewoon het vastmaken van een pakket zijn.

In de westerse praktijk is shibari inmiddels het gebruikelijkste woord, ook voor de kunstvorm. Ik gebruik het zelf ook, maar ik houd het onderscheid in gedachten: wat ik doe heeft de intentie van kinbaku, ook als ik het shibari noem.

De internationale verspreiding: van Japan naar de wereld

Vanaf de jaren negentig verspreidde de kennis van shibari en kinbaku zich buiten Japan, aangedreven door het internet, internationale contacten en een groeiende interesse in Japanse subculturen in Europa en Noord-Amerika.

Die verspreiding verliep niet zonder wrijving. Culturele toe-eigening was een reëel thema: westerse beoefenaars namen een Japanse kunstvorm over zonder altijd de context, de esthetische principes of de historische lading mee te nemen. Het resultaat was soms een vernauwd beeld: shibari als decoratief touwwerk, los van de relationele en esthetische diepte.

Tegelijkertijd zorgde de internationalisering ook voor verrijking. Westerse beoefenaars brachten perspectieven mee vanuit de psychologie, de lichaamsgerichte therapie, de feministische theorie en de consent-cultuur. Begrippen als "rope bottom" en "rope top", de nadruk op communicatie voor, tijdens en na het binden, de aandacht voor het zenuwstelsel en de emotionele ervaring: die lagen zijn niet oorspronkelijk Japans, maar ze hebben de praktijk verdiept.

Van touwkunst naar belichaamde praktijk

Wanneer mensen mij vragen waarom ik shibari met tantra combineer, antwoord ik meestal vanuit de praktijk zelf. Maar als ik het historisch bekijk, is het ook logisch.

Shibari heeft altijd meer gedaan dan vastbinden. In zijn beste vorm creëert het een staat van aanwezigheid: voor degene die bindt, voor degene die gebonden wordt. Er is concentratie nodig, fijn motorisch gevoel, aandacht voor het lichaam van de ander. Er is communicatie, ook nonverbaal. Er is een ritme dat lijkt op meditatie.

In de Japanse traditie werd die dimensie nooit volledig uitgesproken, maar ze was er wel. In de manier waarop Tsuruta Eikichi schreef over zijn modellen, in de manier waarop Nureki Chimuo sprak over de relatie tussen rigger en bunny: er was altijd iets dat verder ging dan techniek.

In mijn eigen praktijk breng ik dat expliciet naar voren. Tantra biedt de taal voor wat shibari al doet: aanwezig zijn in het lichaam, de verbinding tussen twee mensen als iets dat aandacht verdient, overgave als iets dat alleen kan groeien in een veilige ruimte.

Dat is niet nieuw. Het is een voortzetting van iets dat al in de traditie aanwezig was, maar dat lang niet benoemd werd.

De erotische wortels zijn geen probleem om te verbergen

Er is een neiging in westerse shibari-kringen om de erotische dimensie van kinbaku te minimaliseren. Om het te herformuleren als meditatie, als kunst, als therapie. Soms is dat eerlijk. Soms is het iets anders: een manier om acceptabeler te lijken, om de weerstand te omzeilen, om erbij te horen.

Maar die herformulering heeft een prijs, en die prijs wordt betaald door mensen die er niet meer zijn om te protesteren.

Shibari en kinbaku werden decennialang vervolgd als pornografie. In Japan gold dat letterlijk: censuurwetten, rechtszaken, confiscaties. Ito Seiu verloor zijn geld en zijn werk. De uitgevers van Kitan Club namen risico's die hun persoonlijk en professioneel konden ruïneren. De modellen in die vroege tijdschriften waren zo schaars juist omdat de sociale prijs zo hoog was: familie die afhaakte, vrienden die zich afwendden, een naam die besmet raakte.

Die mensen zagen in touwbinding iets wat het waard was om te verdedigen. Niet ondanks de erotische lading, maar mét die lading. Ze geloofden dat wat zij deden en beleefden en uitdrukten met elkaar, iets wezenlijks was. Iets dat het verdienende te bestaan, ook als de rest van de maatschappij het verwierp.

Als we vandaag shibari beoefenen en daarbij beweren dat het niets erotisch is, doen we iets merkwaardigs. We stappen in een lange traditie van ontkenning, maar nu komen we er zelf aan te pas. We demoniseren niet langer van buitenaf, maar van binnenuit.

Dat is niet eerlijk tegenover degenen die gekomen zijn voor ons.

Ik ben geen BDSM-facilitator. Mijn workshops zijn niet seksueel. Maar ik ben ook niet bereid om te doen alsof de erotische geschiedenis van shibari er niet is, of alsof het beschamend is. Die geschiedenis is precies de reden waarom de praktijk überhaupt bewaard is gebleven. De mensen die dat deden, verdienen erkenning, geen herformulering die hen onzichtbaar maakt.

Wat overblijft

De lijn van hojojutsu naar kinbaku naar de hedendaagse shibari-praktijk is niet recht. Ze is gebroken, vertakt, af en toe onderbroken. Maar er loopt wel een rode draad doorheen: de aandacht voor het touw als iets dat meer doet dan beperken.

Het touw verbindt. Het tekent. Het vraagt om aanwezigheid van beide mensen. En het heeft, in zijn lange geschiedenis, steeds opnieuw mensen gevonden die daarin iets herkenden dat het waard was om verder te dragen.

Dat is ook waarom ik dit werk doe.

Meer weten over shibari-workshops in Vlaanderen? Bekijk het workshopaanbod of lees verder over shibari voor koppels.

Sign in to leave a comment
Je eerste shibari workshop: wat kun je verwachten?
Van binnenkomst tot afscheid, een eerlijk beeld van wat er werkelijk gebeurt

+32 468 23 45 08

  • ​shibari.tantra@gmail.com
  • VAT: BE0653995873
Follow Us
​
​
Nederlands English (US)
Powered by Odoo - The #1 Open Source eCommerce

We use cookies to provide you a better user experience on this website. Cookie Policy

Only essentials I agree